Een jong stel is pas twee weken getrouwd.
De man, nog steeds smoorverliefd, krijgt ineens zin om even naar het café te gaan om zijn vrienden te zien.
Hij zegt tegen zijn vrouw:
“Schat, ik ben zo weer terug.”
“Waar ga je naartoe?” vraagt ze.
“Ik ga even naar het café, liefje. Een biertje drinken.”
Zijn vrouw glimlacht.
“Wil je een biertje, mijn prins?”
Ze loopt naar de koelkast en doet hem open. Daar staan meer dan twintig verschillende soorten bier: uit Nederland, België, Duitsland, speciaalbieren, IPA’s, noem maar op.
De man weet even niet wat hij moet zeggen en mompelt:
“Ja maar schat… in het café hebben ze van die ijskoude glazen…”
Nog voordat hij zijn zin kan afmaken, zegt zijn vrouw:
“Wil je een koud glas, schat?”
Ze pakt een gigantisch bierglas uit de vriezer, waar het ijs nog aan zit, en zet het voor hem neer.
De man kijkt een beetje ongemakkelijk en zegt:
“Ja… maar in het café hebben ze ook van die lekkere hapjes erbij…”
Zijn vrouw loopt naar de oven en opent hem.
Daar liggen allerlei snacks klaar: kippenvleugels, bitterballen, garnalen, kaasstengels.
Ze zegt lief:
“Wil je hapjes, schat?”
De man schuifelt wat en zegt dan:
“Ja maar… weet je… in het café praten ze ook een beetje grof… beetje vloeken en zo…”
Zijn vrouw kijkt hem een paar seconden strak aan en zegt dan:
“Luister goed: je blijft hier. Drink je bier, eet je snacks en hou je mond. Je gaat nergens heen. Duidelijk?”
De man knikt langzaam.
“Helder, schat.”
Check ook: