Op een zonnige zaterdagmiddag rijden twee goede vrienden, Henk en Kees, over de A2 richting Utrecht. Ze zijn een dagje wezen vissen en hebben het prima naar hun zin.
De radio staat gezellig aan, de ramen zijn een stukje open en de mannen bespreken waar ze straks een lekker patatje gaan eten.
“Ik zeg je eerlijk, Henk,” zegt Kees vanaf de bijrijdersstoel. “Als ik ooit de loterij win, stop ik meteen met werken. Dan koop ik een mooie boot en ga ik iedere dag vissen.”
Henk grinnikt. “Nou, ik hoef niet eens de loterij te winnen. Als iemand me morgen een goedbetaalde baan aanbiedt, ben ik ook meteen weg bij mijn baas.”
Net als Kees wil antwoorden, ziet Henk in zijn achteruitkijkspiegel een politieauto met hoge snelheid naderen.
“Nou, wat krijgen we nou?” mompelt hij.
De politieauto haalt hen in, gaat vlak voor hen rijden en plotseling verschijnt er een groot verlicht bord achter de achterruit:
STOP – POLITIE
Henk schrikt zich rot.
“Verdorie, Kees! Heb jij je gordel wel om?”
“Ja, natuurlijk! Maar jij rijdt toch niet te hard?”
“Nee, ik rijd keurig honderd!”
De twee mannen kijken elkaar zenuwachtig aan terwijl Henk de auto netjes op de vluchtstrook zet.
Even later stapt een politieagent uit en loopt naar de bestuurderskant. Hij klopt vriendelijk op het raam.
Henk draait het raampje naar beneden.
“Goedemiddag, agent. Is er iets aan de hand? Ik reed toch niet te hard?”
De agent schudt zijn hoofd.
“Nee hoor, meneer. U heeft niets verkeerd gedaan.”
Henk haalt opgelucht adem.
“Gelukkig maar! Waar gaat het dan om?”
De agent kijkt even naar Henk, vervolgens naar Kees en zegt op serieuze toon:
“We zijn op zoek naar twee overvallers.”
Henk kijkt de agent met grote ogen aan.
Zonder iets te zeggen draait hij onmiddellijk zijn raampje dicht.
De politieagent fronst zijn wenkbrauwen.
Binnen in de auto ontstaat een hevige discussie. Henk gebaart druk met zijn handen, terwijl Kees zijn hoofd schudt. Vervolgens beginnen ze op hun vingers te tellen en lijken ze iets uit te rekenen.
De agent staat er buiten stomverbaasd naar te kijken.
Na ruim drie minuten draait Henk eindelijk zijn raampje weer naar beneden.
Hij kijkt de agent recht in de ogen, knikt vastberaden en zegt:
“Nou agent, we hebben er even goed over overlegd… maar we doen het! Wanneer kunnen we beginnen?”
Check ook: