Op een basisschool in een klein Nederlands dorpje heeft de juffrouw een bijzondere verrassing voor haar klas.
“Kinderen, vandaag mag degene wiens vader het mooiste beroep heeft, eerder naar huis!”
Ze begint bij Pietje.
“Pietje, wat doet jouw vader?”
“Mijn vader is timmerman, juf!”
“Een prachtig beroep, Pietje! En jouw vader, Wim?”
“Mijn vader is bakker!”
“Ook heel mooi! En Jantje, wat doet jouw vader?”
Jantje steekt trots zijn borst vooruit.
“Mijn vader is druivenplukker in Tibet!”
De juffrouw kijkt verbaasd.
“Druivenplukker in Tibet? Nou, dat hoor je niet iedere dag! Jantje, jij hebt gewonnen. Pak je tas maar, jij mag naar huis!”
Een halfuur later staat Jantje vrolijk thuis op de stoep.
Zijn moeder kijkt verbaasd.
“Jantje? Waarom ben jij nu al thuis?”
“Omdat papa het mooiste beroep van de hele klas heeft!”
Zijn moeder vertrouwt het niet en belt meteen de school.
“Juffrouw, waarom heeft u mijn zoon eigenlijk eerder naar huis gestuurd?”
“Omdat uw man zo’n bijzonder beroep heeft, mevrouw! Druivenplukker in Tibet, dat is toch fantastisch?”
Het blijft even stil aan de andere kant van de lijn.
Dan zucht Jantjes moeder diep.
“Mevrouw, volgens mij heeft u Jantje verkeerd verstaan. Mijn man is helemaal geen druivenplukker in Tibet… Hij zit met een druiper in de ziektewet!”
Check ook: