Twee tachtigers, Kees en Henk, zitten op een bankje in het Vondelpark.
Zegt Kees ineens:
“Joh, ik heb zin in een ijsje.”
Henk kijkt op en zegt:
“Prima, ik haal wel even wat. Wat wil je hebben?”
“Doe mij maar twee bolletjes chocolade. En jij?”
“Ik neem twee bolletjes vanille.”
Kees kijkt hem streng aan en zegt:
“Je kunt het beter even opschrijven, hoor. Anders vergeet je het straks nog.”
Henk wuift het weg.
“Ach man, de ijscokar staat hier tien meter verderop. Dat onthoud ik echt wel.”
Kees schudt zijn hoofd.
“Ik zeg het je: schrijf het op. Je gaat het vergeten.”
“Nee hoor,” bromt Henk terwijl hij opstaat.
“Twee chocolade, twee vanille. Appeltje-eitje.”
Een kwartier later komt Henk terug…
met twee frikandellen speciaal en twee grote patat.
Kees kijkt naar het eten, zucht diep en zegt:
“Zie je nou wel? Ik zei toch dat je het moest opschrijven.”
Henk fronst.
“Wat is er dan mis?”
Kees kijkt hem droog aan en zegt:
“Waar is de mosterd?”
Check ook: