Een man zit aan de bar met een pilsje.
Opeens komt er een grote, gespierde gast binnen en drinkt zijn bier in één teug op.
De man begint te huilen.
“Rustig maar,” zegt die brede gast, “ik haal wel een nieuw biertje voor je.”
De man snikt:
“Je begrijpt het niet… Ik kwam vanochtend op werk — ontslagen.
Ik kom thuis — mijn vrouw weg, meubels weg, alles weg.
Ik naar de bank — al mijn geld weg.”
“Dus ik dacht: ik maak er een einde aan.
Ik naar het station… heeft de trein vertraging.
Ik weer naar huis, touw gepakt… knapt dat ding.”
“Dus ik dacht: laat maar. Ik ga naar de kroeg, bestel een biertje,
gooi er vergif in…”
Hij kijkt naar de brede gast en zegt:
“…drink jij ’m gewoon op.”
Check ook: