Karel loopt naar zijn baas en zegt:
“Weet je, ik ken echt iedereen. Noem maar een naam en ik ken die persoon.”
Zijn baas rolt met zijn ogen. “Ja hoor, dat zal wel…”
“Test me maar,” zegt Karel zelfverzekerd.
De baas denkt even na en zegt:
“Oké dan, ken jij Jan Smit?”
Karel: “Natuurlijk, kom mee.”
Ze rijden naar Volendam, lopen een tuin in en daar zit Jan Smit.
“Hey Karel! Alles goed jongen?” roept hij. “Kom, pak een biertje!”
De baas kijkt verbaasd, maar denkt: toeval.
“Oké,” zegt hij, “maar ken je ook Leonardo DiCaprio?”
“Geen probleem,” zegt Karel.
Even later staan ze in Hollywood en ja hoor—DiCaprio ziet Karel en roept:
“Hé Karel! Ben je weer in de buurt? Kom straks eten!”
De baas begint nerveus te worden.
“Laatste kans,” zegt hij. “Ken jij de paus?”
Karel grijnst: “Tuurlijk, Frans. Kom, we gaan naar Rome.”
Op het Sint-Pietersplein is het mega druk.
Karel zegt: “Blijf jij hier, ik loop even naar binnen.”
Een tijdje later verschijnt Karel op het balkon… naast de paus.
De baas zakt ineens neer en wordt afgevoerd door hulpverleners.
Later vraagt Karel: “Wat gebeurde er?”
Zegt de baas:
“Toen jij daar stond met de paus, vroeg iemand naast me:
‘Wie is die man naast Karel?’”
Check ook: