Een succesvolle boer uit de Achterhoek overlijdt en laat zijn bloeiende boerderij na aan zijn weduwe.
De vrouw is vastberaden het bedrijf voort te zetten, maar weet weinig van landbouw. Ze plaatst daarom een advertentie voor een knecht.
Twee kandidaten reageren:
Een notoire kroegtijger… en een opvallend flamboyante stadsjongen.
Na kort overleg kiest ze voor de stadsjongen. “Die drinkt tenminste niet,” denkt ze.
En tot haar verrassing blijkt hij een harde werker. Hij staat vroeg op, werkt lange dagen en de boerderij draait beter dan ooit.
Op een dag zegt ze tegen hem:
“Je hebt fantastisch werk geleverd. Ga vanavond maar eens naar de stad om wat plezier te maken.”
Rond middernacht is hij nog niet thuis. Om twee uur ’s nachts hoort ze eindelijk de deur opengaan.
Ze zit bij de open haard te wachten.
“Kom eens hier,” zegt ze streng.
Hij loopt nerveus naar haar toe.
“Doe mijn jas eens uit.”
Dat doet hij.
“En mijn laarzen.”
Ook dat doet hij.
“En mijn rok.”
Hij slikt en gehoorzaamt.
“En mijn blouse.”
Weer doet hij wat ze vraagt.
Ze kijkt hem streng aan en zegt:
“En als ik je nog één keer met míjn kleren de stad in zie gaan… dan hebben we een probleem.”
Check ook: