Jansen werkt aan de lopende band in een fabriek.
Op een ochtend rijdt hij het parkeerterrein op in een gloednieuwe Jaguar.
De secretaresse ziet het en zegt tegen de baas:
“Heeft u gezien waar Jansen in rijdt? Dat kan hij nooit eerlijk verdiend hebben.”
De baas besluit hem aan te spreken.
“Jansen, ik zag je aankomen in die Jaguar. Dat klopt toch niet helemaal?”
Jansen zegt rustig:
“Ik zal eerlijk zijn, baas. Ik win vaak weddenschappen.”
“Oh ja?” zegt de baas.
“Zo vaak dan?”
“Als ik tien weddenschappen afsluit, win ik er meestal negen of tien.”
De baas lacht:
“Dat geloof ik niet. Wedden?”
“Prima,” zegt Jansen.
“Ik wed €10.000 dat jij morgen om 12:00 een wrat op je achterwerk hebt.”
“Aangenomen,” zegt de baas.
De volgende ochtend checkt de baas zichzelf uitgebreid in de spiegel.
Niks te zien. Geen wrat.
Om twaalf uur kijkt hij opnieuw: nog steeds niks.
Dan komt Jansen binnen.
“Nou?” zegt de baas trots.
“Geen wrat. Jij hebt verloren.”
“Ik kan het niet goed zien,” zegt Jansen.
“Ga eens bij het raam in het licht staan.”
De baas loopt naar het raam en draait zich om.
Jansen begint te lachen en zegt:
“Dan moet ik je iets bekennen, baas…
Ik heb met 300 collega’s voor €20.000 gewed dat jij vandaag om twaalf uur met je blote achterwerk voor het raam zou staan.”
Check ook: