Een jonge gast uit Groningen verhuist van een klein dorp naar Rotterdam. Hij zoekt werk en loopt een groot warenhuis binnen.
Tijdens het sollicitatiegesprek vraagt de manager:
“Heb je ervaring met verkopen?”
“Jazeker,” zegt hij. “Ik werkte vroeger bij de bouwmarkt.”
De manager besluit hem een kans te geven.
“Prima. Je kunt morgen beginnen. Aan het einde van de dag kom ik wel even kijken hoe het ging.”
De volgende dag is meteen pittig. Tegen sluitingstijd loopt de manager naar hem toe.
“En? Hoeveel klanten heb je vandaag geholpen?”
“Eentje,” zegt de jongen.
De manager kijkt verbaasd.
“Eentje?! De meeste verkopers hier helpen twintig tot dertig klanten per dag! Hoeveel heb je dan verkocht?”
De jongen kijkt op zijn scherm.
“Voor € 98.431,27.”
De manager valt bijna van zijn stoel.
“WÁT?! Wat heb je die klant allemaal verkocht?”
“Nou,” zegt de jongen, “eerst een klein vishaakje. Daarna een groter vishaakje. Toen een hengel. Vervolgens heb ik hem een complete visuitrusting verkocht.”
“Oké…”
“Toen vroeg ik waar hij ging vissen. Hij zei: aan zee. Dus heb ik hem ook een boot verkocht, met trailer.”
De manager staart hem aan.
“Maar zijn auto kon die boot niet trekken. Dus daarna heb ik hem doorgestuurd naar de auto-afdeling en heeft hij ook nog een dikke SUV gekocht.”
De manager is compleet verbijsterd.
“Dus iemand kwam binnen voor één vishaakje en jij verkocht hem voor bijna een ton aan spullen?!”
“Nee hoor,” zegt de jongen.
“Hij kwam binnen voor maandverband voor zijn vrouw.”
“Maandverband?!”
“Ja. Toen zei ik: ‘Joh, je weekend is toch verpest. Kun je net zo goed gaan vissen.’”
Check ook: