Het is vrijdagavond in een gezellig bruin café ergens in een klein Nederlands dorp. Aan de bar zit Henk, normaal gesproken de grootste grappenmaker van de kroeg.
Maar vanavond is alles anders.
Met tranen in zijn ogen staart hij naar zijn biertje. Af en toe snuit hij luid zijn neus en begint hij opnieuw te snikken.
Op dat moment komt zijn beste vriend Kees binnen.
“Henk?! Wat is er in hemelsnaam met jou aan de hand? Je zit hier te huilen alsof de wereld vergaat!”
Henk kijkt hem met betraande ogen aan.
“Het is verschrikkelijk, Kees… Mijn vrouw heeft me verlaten!”
Kees legt troostend een hand op zijn schouder.
“Ach kerel, wat vreselijk! Wanneer is dat gebeurd?”
Henk haalt diep adem en snikt: “Zeven jaar geleden…”
Kees kijkt hem stomverbaasd aan.
“ZEVEN JAAR GELEDEN?! Maar Henk, je hebt toch al die jaren lekker je eigen leven kunnen leiden? Je ging vissen wanneer je wilde, zat iedere avond hier in het café en niemand die aan je kop zeurde!”
Henk begint alleen maar harder te huilen.
Kees schudt zijn hoofd.
“Maar waarom zit je dan nu nog zo te janken? Na zeven jaar moet je daar toch wel overheen zijn?”
Henk veegt zijn tranen weg, neemt een flinke slok bier en zegt met gebroken stem:
“Dat ben ik ook, Kees… MAAR VANMORGEN STOND ZE INEENS WEER VOOR DE DEUR!”
Check ook: