Een ouder echtpaar vierde hun 60-jarig huwelijk. Ze hadden elkaar ooit ontmoet op de basisschool en waren, na hun pensioen, weer in hun oude dorp gaan wonen.
Tijdens een wandeling kwamen ze langs hun oude school en zagen ze hun namen nog in een houten bankje gekerfd. Met een glimlach liepen ze verder.
Op weg naar huis zagen ze ineens dat er een zak uit een geldwagen was gevallen. Nieuwsgierig raapten ze hem op en namen hem mee naar huis. Binnen telden ze het geld: maar liefst €50.000.
“Dit moeten we terugbrengen,” zei de man direct.
Maar zijn vrouw dacht daar anders over. “We hebben het gevonden, dus het is van ons,” zei ze, terwijl ze het geld op zolder verstopte.
De volgende dag stonden er twee agenten voor de deur. Ze waren in de buurt op zoek naar de verloren zak geld.
“Hebben jullie toevallig iets gevonden?” vroegen ze.
“Nee hoor,” zei de vrouw snel.
Maar haar man zei: “Ze liegt, het ligt op zolder!”
“Ach, luister niet naar hem,” zei de vrouw lachend. “Hij begint een beetje vergeetachtig te worden.”
Eén van de agenten keek de man aan en zei: “Kunt u ons vertellen wat er precies gebeurd is, vanaf het begin?”
De man knikte en begon:
“Nou, toen we gisteren van school naar huis liepen…”
De agenten keken elkaar aan en zeiden:
“Laat maar… we weten genoeg.”
Check ook: