Een coach begeleidt een jeugdvoetbalteam met kinderen van een jaar of zeven.
Tijdens een spannende wedstrijd roept hij één van zijn spelertjes naar de zijlijn.
“Luister eens, Sem,” zegt de coach. “Begrijp jij wat samenwerken betekent? Wat een team is?”
Sem knikt braaf.
“En snap je dat het niet alleen gaat om winnen of verliezen, maar om hoe je samen speelt?”
Sem knikt opnieuw.
“Mooi,” zegt de coach. “Dan snap je ook dat je niet tegen de scheidsrechter moet schreeuwen als hij fluit. En dat je hem zeker geen rare namen moet noemen.”
Sem knikt weer.
“En als ik jou even wissel zodat iemand anders ook kan spelen, dan is het ook niet netjes om je coach uit te schelden, toch?”
Sem kijkt serieus en knikt nog een keer.
“Goed zo,” zegt de coach.
“Ga dat nu maar even aan je moeder uitleggen.”
Check ook: