In groep 6 krijgen de kinderen les over moraal.
Als huiswerk moeten ze hun ouders vragen om een verhaal te vertellen waar een moraal in zit.
De volgende dag mogen ze het verhaal in de klas delen.
Sanne vertelt:
“Mijn ouders hebben een groentewinkel. Op een dag vervoerden ze een doos tomaten achter in de auto. Ze reden over een enorme drempel en alle tomaten waren geplet.”
De moraal is:
“Ga voorzichtig om met kwetsbare spullen.”
Daarna is Lars aan de beurt:
“Mijn ouders hebben kippen. Ze hadden twintig eieren en dachten dus ook twintig kuikens te krijgen. Ze zorgden er heel goed voor, maar uiteindelijk kwamen er maar vijftien uit.”
De moraal is:
“Tel je kuikens pas als ze uit het ei zijn.”
Dan vraagt de juf aan Ellen:
“En Ellen, heb jij ook een verhaal van je ouders?”
Ellen knikt.
“Ja, mijn vader vertelde over zijn zus, tante Annie.”
“Tante Annie woont in Nederland en werkte bij de luchtmacht. Ze vloog met een gevechtsvliegtuig tijdens een missie. Op een dag werd haar toestel geraakt en moest ze met haar parachute springen. Ze had alleen een fles jenever, een dienstwapen en een zakmes bij zich.
Tijdens de landing dronk ze de fles leeg. Op de grond werd ze omsingeld door vijftig vijanden. Ze schoot er dertig neer, toen waren haar kogels op. Met het zakmes schakelde ze er nog tien uit, tot het mes brak. De laatste tien heeft ze met haar blote handen uitgeschakeld.”
De klas is doodstil.
De juf slikt en vraagt voorzichtig:
“En… zat er ook een moraal in dat verhaal?”
Ellen antwoordt:
“Ja juf. Je kunt beter uit de buurt blijven van tante Annie als ze heeft gedronken.”
Check ook: