Arie is 75 jaar en sinds zijn pensioen staat hij élke ochtend op de golfbaan. Al vijftien jaar lang, weer of geen weer. Maar op een dag komt hij somber thuis in zijn rijtjeshuis in Almere.
“Het is klaar,” zegt hij tegen zijn vrouw. “Ik stop met golfen. Mijn ogen zijn zo slecht geworden dat ik na de afslag niet eens meer zie waar de bal naartoe gaat.”
Zijn vrouw heeft medelijden, zet een kopje thee en denkt even na. “Waarom ga je morgen niet nog één keer,” zegt ze, “en neem mijn broer Henk mee?”
Arie zucht diep. “Dat heeft toch geen zin. Henk is 85. Die kan me echt niet helpen.”
“Misschien is hij 85,” zegt zijn vrouw, “maar zijn ogen zijn nog perfect.”
De volgende ochtend staan Arie en zijn zwager samen op de golfbaan. Arie legt de bal neer, haalt diep adem en slaat met volle kracht. Hij knijpt zijn ogen samen en kijkt de fairway af. Dan draait hij zich om naar Henk.
“Heb jij de bal gezien?”
“Zeker weten,” zegt Henk trots. “Mijn ogen zijn nog uitstekend.”
“Mooi,” zegt Arie opgelucht. “Waar is ’ie terechtgekomen?”
Henk denkt even na en zegt dan:
“Geen idee. Dat ben ik vergeten.”
Check ook: