Er waren eens twee broers die samen met hun vader een pontje runden ergens in een klein Nederlands dorpje aan de rivier. Al van jongs af aan zetten ze mensen heen en weer voor een schamel bedrag van één dubbeltje per overtocht.
De oudste broer vond het leven op het pontje na verloop van tijd maar saai. Hij wilde “meer uit het leven halen” en vertrok naar een boeddhistisch klooster in Azië om daar jarenlang te mediteren en zichzelf spiritueel te ontwikkelen.
Zeven jaar later kwam hij eindelijk weer eens terug in Nederland. Natuurlijk ging hij eerst langs bij zijn ouders en zijn broer. Na veel knuffels, verhalen en herinneringen liepen ze met z’n drieën nog één keer samen naar het oude pontje.
Zijn broer keek hem nieuwsgierig aan en vroeg:
“Nou, wat heb je daar in die zeven jaar eigenlijk geleerd?”
De monnik glimlachte en zei:
“Ik zal het je laten zien.”
Hij liep naar de waterkant, zette een paar stappen… en liep doodleuk over het water naar de overkant. Daar draaide hij zich nog één keer om, zwaaide trots, en verdween tussen de bomen.
De vader keek even zwijgend toe, haalde toen zijn schouders op en zei:
“Mooi hoor… maar dat is hier precies één dubbeltje waard.”
Check ook: