Nederlanders die jarenlang geld opzij hebben gezet, krijgen mogelijk te maken met een hogere belastingrekening. Er liggen namelijk plannen om de vrijstelling binnen box 3 aanzienlijk te verlagen. Dat betekent dat spaarders eerder belasting moeten betalen over hun vermogen dan nu het geval is. Radar heeft onderzocht welke gevolgen deze wijziging kan hebben en laat zien dat de maatregel mogelijk veel meer huishoudens raakt dan alleen mensen met een bijzonder groot vermogen.
Kabinet wil belastingvrije grens flink verlagen
De plannen maken deel uit van de veranderingen die het kabinet wil doorvoeren in box 3, het belastingstelsel voor spaargeld en beleggingen. Momenteel bedraagt het heffingsvrije vermogen 59.357 euro per persoon. Het kabinet wil dit bedrag terugbrengen naar 30.846 euro.
Voor stellen met een fiscaal partnerschap wordt de gezamenlijke vrijstelling eveneens bijna gehalveerd: van 118.714 euro naar 61.692 euro. Dat betekent dat mensen die jarenlang geen vermogensbelasting hoefden te betalen, straks mogelijk alsnog een aanslag ontvangen. De maatregel is nog niet definitief. De Tweede Kamer moet op 12 november 2026 over het voorstel stemmen.
Spaarders kunnen honderden euro’s mislopen

Volgens Van den Heuvel is het extra zuur dat mensen meer belasting moeten betalen zonder dat hun vermogen daadwerkelijk is gegroeid. Toch ziet hij ook een manier om het financiële nadeel te beperken: zoeken naar een hogere spaarrente.
Wie 50.000 euro op een rekening heeft staan tegen 1,25 procent rente, ontvangt jaarlijks 625 euro. Bij een rente van 3 procent loopt dat bedrag op naar 1.500 euro. Dat levert een verschil op van maar liefst 875 euro aan rente per jaar, nog vóór eventuele belastingen.
Omdat box 3 in 2027 in beginsel nog met een forfaitair rendement werkt, leidt een hogere werkelijke spaarrente niet automatisch tot een hogere belastingaanslag.
Zoveel extra belasting betaal je over je spaargeld

Consumentenprogramma Radar liet Ricardo van den Heuvel, oprichter van Spaarrentesvergelijken.net, berekenen wat de plannen betekenen voor verschillende spaarsaldi.
Zijn berekeningen gaan uit van een spaarrente van 1,25 procent en een belastingtarief van 36 procent.
| Spaargeld | Belasting 2026 | Belasting 2027 (voorstel) |
|---|---|---|
| €30.000 | €0 | €0 |
| €50.000 | €0 | €86 |
| €54.700 | €0 | €107 |
| €100.000 | €183 | €311 |
| €120.000 (fiscaal partners) | €6 | €263 |
Vooral huishoudens met een gemiddeld spaarvermogen kunnen de gevolgen merken. Volgens cijfers van het CBS uit 2024 beschikte een gemiddeld Nederlands huishouden over 54.700 euro spaargeld.
Met dat bedrag betaal je momenteel geen vermogensbelasting, maar onder de voorgestelde regels zou dat ongeveer 107 euro per jaar worden.
De genoemde bedragen zijn indicatieve berekeningen. De uiteindelijke belasting hangt onder meer af van de definitieve regelgeving en het totale vermogen.
Definitief besluit volgt in november
Of de plannen daadwerkelijk worden ingevoerd, moet de komende weken duidelijk worden.
Er bestaat ook politieke weerstand tegen het verlagen van de belastingvrije grens. Toch waarschuwt Van den Heuvel dat de druk op het box 3-stelsel voorlopig groot blijft.
Voor spaarders is vooral 1 januari 2027 een belangrijke datum. De Belastingdienst kijkt namelijk naar het vermogen dat op die dag aanwezig is om de belasting over 2027 te bepalen. Wie meer dan 30.846 euro spaargeld heeft, doet er daarom verstandig aan de ontwikkelingen goed te volgen.