Op een middag loopt er ineens een wat oudere hond mijn achtertuin in. Hij ziet er doodmoe uit, maar ook goed verzorgd. Aan zijn halsband en glanzende vacht te zien, heeft hij duidelijk gewoon een baasje.
Hij komt rustig naar me toe en laat zich even aaien. Als ik daarna naar binnen loop, wandelt hij doodleuk achter me aan. In de gang zoekt hij een rustig hoekje op, rolt zich op en valt vrijwel meteen in slaap.
Een uur later wordt hij wakker, loopt naar de achterdeur en ik laat hem weer naar buiten.
De volgende middag staat hij er opnieuw. Hij begroet me alsof we elkaar al jaren kennen, loopt naar binnen, gaat op precies hetzelfde plekje liggen en slaapt weer een uur.
Dit gaat zo een paar weken door.
Op een gegeven moment word ik toch nieuwsgierig. Ik maak een briefje aan zijn halsband vast:
“Beste eigenaar, uw lieve hond komt bijna iedere middag bij mij thuis een uurtje slapen. Ik vroeg me af of u dat eigenlijk weet.”
De volgende dag komt de hond weer aanlopen. Aan zijn halsband hangt een nieuw briefje:
“Hij woont bij ons met zes kinderen, van wie er twee jonger zijn dan drie. Hij probeert gewoon wat slaap in te halen.
Mag ik morgen met hem meekomen?”
Check ook: