Tijdens het golfen reed ik per ongeluk mijn golfkarretje een greppel in.
Een knappe vrouw die in een villa naast de golfbaan woonde hoorde de klap en riep:
“Gaat het wel?”
“Ik leef nog,” antwoordde ik terwijl ik mezelf uit het scheve karretje wurmde.
“Kom anders even binnen om bij te komen,” zei ze vriendelijk. “Dan kijken we straks wel naar dat karretje.”
“Dat is aardig,” zei ik twijfelend, “maar mijn vrouw gaat dit niet leuk vinden.”
“Ach joh, stel je niet aan,” lachte ze.
Een tijdje later zaten we binnen aan een drankje en voelde ik me alweer prima.
“Ik kan beter gaan,” zei ik. “Mijn vrouw wordt anders woest.”
De vrouw keek verbaasd op.
“Waarom? Waar is ze dan?”
Ik zuchtte.
“Nog onder het golfkarretje, denk ik…”
Check ook: