Een vrouw uit een klein Nederlands dorp was het helemaal zat. Haar man kwam bijna elk weekend veel te laat en met een flinke slok op thuis. Waarschuwen hielp niet, boos worden ook niet, en zelfs de dreiging om hem op de bank te laten slapen maakte weinig indruk.
Op een avond besloot ze het anders aan te pakken.
Ze trok een oud carnavalskostuum uit de kast: rode hoorns, een lange staart, een zwarte cape en een grote plastic drietand. Vervolgens verstopte ze zich achter een boom langs de route die haar man altijd naar huis liep na een avond in het café.
Rond twee uur ’s nachts zag ze hem eindelijk aankomen. Hij slingerde van links naar rechts over het trottoir en neuriede luid een oud levenslied.
Op het juiste moment sprong ze achter de boom vandaan.
“HALT!” riep ze met een zware stem.
De man schrok zichtbaar en zette een paar wankele stappen achteruit.
Met grote ogen keek hij naar de figuur voor zich.
“W-w-wie ben jij?” stamelde hij.
De vrouw hief dreigend haar drietand omhoog.
“Ik ben de duivel!”
De man keek haar een paar seconden onderzoekend aan, knipperde eens met zijn ogen en begon vervolgens breed te glimlachen.
“Nou…” zei hij met dubbele tong. “Kom dan gezellig mee naar huis.”
De vrouw was verbaasd.
“Hoezo?”
Waarop de man antwoordde:
“Ik ben al twintig jaar getrouwd met je zus…”
Check ook: