Op een middag loopt Jan door het centrum van Rotterdam als hij zijn oude vriend Piet tegenkomt. Normaal gesproken is Piet altijd vrolijk, maar vandaag kijkt hij behoorlijk somber.
Jan: “Hé Piet! Wat kijk jij sip, joh. Is er iets gebeurd?”
Piet: “Ja, mijn vader is eergisteren overleden. En tot overmaat van ramp heb ik geen fatsoenlijk donkerblauw pak voor de begrafenis.”
Jan legt een hand op zijn schouder.
Jan: “Gecondoleerd, kerel. Maar maak je over dat pak geen zorgen. Ik heb thuis nog een prachtig donkerblauw kostuum hangen. Dat mag je lenen.”
Piet is opgelucht en samen gaan ze naar Jans huis om het pak op te halen.
Een jaar later komen de twee elkaar toevallig weer tegen in de stad.
Jan: “Hé Piet! Hoe is het ermee? Zeg, wat is er eigenlijk met dat donkerblauwe pak van mij gebeurd? Ik heb het nooit meer teruggezien.”
Piet kijkt hem verbaasd aan.
Piet: “O, dat pak? Ja, sorry Jan… Maar het stond mijn vader zó ontzettend goed!”
Check ook: