Oude mevrouw Octavia heeft al tientallen jaren een klein snoepwinkeltje in het dorp.
Achter de toonbank staan overal glazen potten met snoep. Alleen de dropjes staan helemaal boven op de hoogste plank. Om erbij te kunnen, moet Octavia telkens een zware ladder uit het magazijn halen.
Op een middag komen drie jongens de winkel binnen.
De eerste jongen zegt:
“Voor mij graag twee euro aan dropjes.”
Octavia loopt naar achteren, haalt de ladder tevoorschijn, zet hem tegen de kast en klimt langzaam omhoog.
Ze pakt de pot, schept voor twee euro aan dropjes in een zakje, klimt weer naar beneden en zet daarna de ladder terug in het magazijn.
Dan is de tweede jongen aan de beurt.
“Voor mij ook twee euro aan dropjes.”
Octavia zucht diep.
Ze haalt opnieuw de ladder, klimt weer omhoog en besluit deze keer de hele pot mee naar beneden te nemen.
Ze vult een zakje, rekent af en kijkt daarna naar de derde jongen.
“Jij wilt zeker ook twee euro aan dropjes?”
“Nee,” zegt de jongen.
Octavia haalt opgelucht adem, pakt de pot, klimt de ladder weer op en zet hem terug op de hoogste plank.
Daarna klimt ze naar beneden, bergt de ladder op en vraagt:
“Zo, wat wil jij dan hebben?”
De jongen glimlacht en zegt:
“Voor één euro aan dropjes, alstublieft.”
Check ook: