Erik is op vakantie in Marokko en besluit een kamelentocht door de woestijn te maken.
Voordat hij vertrekt, legt de gids uit:
“Het is heel simpel.”
“Als je wilt dat de kameel gaat lopen, zeg je: ‘Oef!’“
“Wil je stoppen, dan roep je: ‘Karriekie!’“
Erik knikt enthousiast.
Hij klimt op de kameel en roept:
“Oef!”
De kameel begint rustig te lopen.
Na een tijdje roept hij nog een keer:
“Oef!”
De kameel versnelt.
Nog een keer:
“Oef!”
Nu galoppeert de kameel stevig door de woestijn.
Erik geniet zichtbaar van de rit.
Maar dan ziet hij recht voor zich een diep ravijn.
In paniek probeert hij zich het stopwoord te herinneren.
“Hoe was het ook alweer…?”
De rand van het ravijn komt razendsnel dichterbij.
Op het allerlaatste moment schiet het hem te binnen.
“Karriekie!”
De kameel stopt abrupt… precies op de rand van het ravijn.
Erik slaakt een diepe zucht van verlichting en zegt:
“Oef…”
Check ook: