Hoeveel moet je eigenlijk verdienen om een bepaald bedrag voor een woning te kunnen lenen? Het antwoord is niet alleen afhankelijk van je maandelijkse salaris. Onder meer de hypotheekrente, bestaande schulden en persoonlijke omstandigheden bepalen hoeveel een geldverstrekker maximaal wil financieren. Toch laten voorbeeldberekeningen goed zien wat er mogelijk is bij bruto maandinkomens van €3.000, €4.000 en €5.000.
Zo wordt je inkomen berekend
Voor de berekening wordt eerst gekeken naar je toetsinkomen. Daarbij wordt het bruto maandsalaris vermenigvuldigd met twaalf en wordt 8 procent vakantiegeld meegerekend.
Bij €3.000 bruto per maand kom je uit op een toetsinkomen van €38.880 per jaar. Bij €4.000 is dat €51.840 en bij €5.000 komt het uit op €64.800.
De hypotheekrente speelt een grote rol
Voor deze berekening wordt uitgegaan van een rente van 4,42 procent en een annuïtaire hypotheek met een looptijd van dertig jaar. Het rentepercentage is belangrijk, omdat een hogere rente ervoor zorgt dat je maandlasten hoger worden en je dus minder kunt lenen.
Bij een inkomen van €38.880 en €51.840 geldt in het voorbeeld een woonquote van 23,6 procent. Bij €64.800 bedraagt die 23,7 procent.
Wat kun je dan ongeveer lenen?
Bij een bruto maandsalaris van €3.000 komt de maximale bruto maandlast volgens de genoemde woonquotes uit op ongeveer €765. Wanneer je dit bedrag terugrekent naar een hypotheek met een rente van 4,42 procent en een looptijd van dertig jaar, resulteert dat in een hypotheek van circa €152.000. Voor een alleenstaande met een toetsinkomen boven de €30.000 mag in deze berekening nog ongeveer €17.000 extra worden meegenomen. Daarmee zou iemand met een salaris van €3.000 bruto per maand in dit voorbeeld maximaal ongeveer €169.000 kunnen lenen.
Bij hogere inkomens loopt de maximale hypotheek vanzelfsprekend verder op. Met een bruto salaris van €4.000 per maand bedraagt de berekende maximale maandlast ongeveer €1.020, wat bij dezelfde rente en looptijd neerkomt op een hypotheek van circa €203.000. Inclusief de extra leenruimte voor alleenstaanden komt het maximale bedrag uit op ongeveer €220.000. Wie €5.000 bruto per maand verdient, kan volgens dezelfde berekening ongeveer €1.280 per maand aan hypotheeklasten dragen. Dat correspondeert met circa €255.000 aan hypotheek en, na toepassing van de extra leenruimte, met een maximale hypotheek van ongeveer €272.000. Het gaat hierbij nadrukkelijk om rekenvoorbeelden: het bedrag dat iemand daadwerkelijk kan lenen kan hoger of lager uitvallen, afhankelijk van onder meer de persoonlijke financiële situatie en de geldende hypotheekvoorwaarden.
Energielabel kan extra leenruimte geven
Ook de woning die je koopt kan invloed hebben op je maximale hypotheek. Volgens de aangeleverde berekening levert een woning met energielabel C of D €5.000 extra leenruimte op.
Bij energielabel A of B gaat het om €10.000 extra. Voor een woning met A+ of A++ kan volgens het voorbeeld zelfs €20.000 extra worden geleend.
Samen kopen verandert de berekening
Koop je samen met iemand met hetzelfde inkomen, dan vervalt de extra €17.000 die in de voorbeelden voor alleenstaanden wordt genoemd. Daardoor ligt de uitkomst €17.000 lager dan bij een alleenstaande met dezelfde inkomsten.
Ook een studieschuld of andere lening kan de leenruimte verlagen. Daarnaast kijkt een geldverstrekker naar onder meer je werkgeversverklaring, bestaande schulden en de waarde van de woning.
Wat doet een hogere rente?
Een stijgende rente kan de maximale hypotheek behoorlijk beïnvloeden. In het aangeleverde voorbeeld kon iemand met €4.000 bruto per maand bij 4,13 procent rente nog ruim €227.000 lenen.
Bij 4,42 procent zakt dat bedrag naar ongeveer €220.000. Dat is zo’n €7.000 minder, terwijl het salaris hetzelfde blijft. Bij een inkomen van €5.000 loopt het verschil volgens de berekening op tot bijna €9.000.
Daarom is het verstandig om een oude berekening niet zomaar te gebruiken wanneer je daadwerkelijk een woning gaat kopen.
De maximale hypotheek blijft uiteindelijk afhankelijk van meer dan alleen je salaris. Deze bedragen geven vooral een indicatie van wat er onder de genoemde uitgangspunten mogelijk is. Zodra je een concrete woning en renteaanbieding hebt, moet de berekening opnieuw worden gemaakt.
Check ook:
