Een boer uit Brabant is op weg naar een veemarkt in Drenthe. Onderweg neemt hij een verkeerde afslag en voor hij het weet, rijdt hij ergens midden op het platteland, zonder enig idee waar hij is.
Het begint al donker te worden en van een hotel is in de wijde omtrek geen spoor te bekennen.
Na een tijdje rijden ziet hij eindelijk een afgelegen boerderij met licht achter de ramen. Hij parkeert zijn auto op het erf en belt aan.
Een norse boer doet open.
“Goedenavond”, zegt de verdwaalde man. “Ik ben helemaal de weg kwijt. Zou ik misschien ergens kunnen overnachten? Morgenochtend ben ik meteen weer vertrokken.”
De boer krabt eens achter zijn oor.
“Nou vooruit dan. Maar in huis heb ik geen plek. Je kunt wel in de schuur slapen, tussen het hooi.”
De man is allang blij dat hij een dak boven zijn hoofd heeft en bedankt de boer vriendelijk.
Maar na een uurtje in de schuur begint hij behoorlijk te verkleumen. Het tocht aan alle kanten en zijn jas houdt de kou nauwelijks tegen.
Hij loopt terug naar de boerderij en klopt opnieuw aan.
“Sorry dat ik u weer lastigval, maar het is verschrikkelijk koud in die schuur. Heeft u misschien een paar dekens voor me?”
De boer kijkt hem geïrriteerd aan.
“Koud? Nou, dan zal ik het eens lekker warm voor je maken!”
Hij loopt mee naar de schuur, draait zich om en laat een oorverdovende scheet.
“ZO!” roept hij lachend. “Nu is het vast een stuk warmer! Hier heb je je dekens!”
De verdwaalde man weet niet wat hij moet zeggen. Hij pakt de dekens aan, schudt zijn hoofd en probeert toch maar wat te slapen.
De volgende ochtend wordt hij wakker met een flinke kater van die onbeschofte behandeling.
“Die ouwe grapjas zal ik eens wat laten zien”, mompelt hij.
Hij loopt de boerderij binnen, waar op dat moment niemand thuis is. In de keuken trekt hij zijn broek naar beneden, klimt op de keukentafel en legt daar een enorme drol neer.
Vervolgens stapt hij tevreden in zijn auto en rijdt het erf af.
Een paar honderd meter verderop komt hij de boer tegen, die op zijn tractor het land op gaat.
De man draait zijn raampje open en roept vrolijk:
“HEE BOER! BEDANKT VOOR HET SLAPEN!”
De boer steekt verbaasd zijn hand op.
“GEEN DANK!”
Waarop de man nog één keer uit het raam schreeuwt:
“O JA, EN DIE DEKENS HEB IK NETJES OPGEROLD OP DE KEUKENTAFEL GELEGD!”
Check ook:
