De drie vrienden en de wonderlamp

By Jay
6 Min Read

Drie vrienden, Henk, Kees en Wim, besluiten op een zonnige zaterdagmiddag een wandeling te maken door de bossen bij de Veluwe.

Terwijl ze over een zandpad lopen, ziet Henk iets glinsteren tussen de bladeren.

“Moet je kijken, jongens! Wat ligt daar nou?”

Hij raapt een oude, stoffige olielamp op.

“Dat ding komt vast uit de kringloop”, grapt Kees.

Henk wrijft met zijn mouw over de lamp om het vuil eraf te halen. Plotseling verschijnt er een enorme wolk rook en staat er een geest voor hun neus.

“Gefeliciteerd, heren!” roept de geest. “Jullie hebben mijn wonderlamp gevonden! Als beloning mogen jullie alle drie precies drie wensen doen. Denk goed na, want eenmaal uitgesproken kan een wens niet meer worden teruggedraaid!”

De mannen kunnen hun geluk niet op.

Henk mag als eerste.

“Ik wil zoveel geld dat ik nooit meer hoef te werken!”

De geest knipt met zijn vingers.

“Zo, geregeld! Je bent vanaf nu multimiljonair!”

Dan is Kees aan de beurt.

“Ik wil nóg rijker worden dan Henk. Ik wil de rijkste man van Nederland zijn!”

“Geen probleem!” zegt de geest.

Nu kijkt de geest naar Wim.

“En jij? Wat is jouw eerste wens?”

Wim denkt even na, krabt achter zijn oor en zegt:

“Ik wil dat mijn rechterarm vanaf nu voor altijd rondjes draait, met de klok mee.”

Henk en Kees kijken hem verbaasd aan.

“Wat? Waarom zou je dat willen?”

Maar voordat Wim kan antwoorden, knipt de geest met zijn vingers.

En ja hoor, Wims rechterarm begint rondjes te draaien.

“Nou ja”, zegt Henk. “Ieder zijn ding.”

Dan begint de tweede wensenronde.

Henk zegt: “Ik wil nooit meer ziek worden en altijd fit en gezond blijven!”

“Uw wens is vervuld!” zegt de geest.

Kees denkt even na.

“Ik wil nooit meer ouder worden. Ik wil er voor altijd uitzien als een gezonde kerel van dertig!”

De geest knipt opnieuw met zijn vingers.

Dan kijkt hij naar Wim, die nog altijd met zijn rechterarm staat te zwaaien.

“En jouw tweede wens?”

Wim antwoordt zonder aarzelen:

“Ik wil dat mijn linkerarm ook voor altijd rondjes draait, maar dan tegen de klok in!”

“Meen je dat nou?” vraagt Kees.

Maar het is al te laat.

POEF!

Nu draait Wims rechterarm met de klok mee en zijn linkerarm tegen de klok in.

Henk schudt zijn hoofd.

“Volgens mij is die jongen niet helemaal lekker.”

Dan is het tijd voor de derde en laatste wens.

Henk zegt: “Ik wil trouwen met de mooiste vrouw ter wereld, die ook nog eens ontzettend lief en gezellig is!”

“Geregeld!” zegt de geest.

Kees glimlacht.

“Ik wil zo charmant worden dat iedere vrouw die ik ontmoet meteen verliefd op me kan worden!”

Ook die wens wordt vervuld.

Ten slotte draait de geest zich naar Wim, die inmiddels met beide armen als een kapotte windmolen staat te zwaaien.

“En Wim? Wat wordt jouw allerlaatste wens? Denk er goed over na!”

Wim denkt diep na.

Dan begint hij te glimlachen.

“Ik wil dat mijn hoofd vanaf nu ook voor altijd van links naar rechts blijft wiegen!”

Henk slaat zijn handen voor zijn gezicht.

“WIM! DOE NOU EENS NORMAAL!”

Maar de geest heeft zijn vingers alweer geknipt.

En daar staat Wim.

Zijn rechterarm draait met de klok mee, zijn linkerarm tegen de klok in en zijn hoofd wiebelt onafgebroken van links naar rechts.

De geest verdwijnt, en de drie vrienden gaan ieder hun eigen weg.

Tien jaar later spreken ze opnieuw af in hun oude stamkroeg.

Henk verschijnt in een dure Mercedes, gekleed in een prachtig maatpak.

“Jongens, jullie geloven niet hoe geweldig mijn leven is! Ik heb drie villa’s, een boot in Loosdrecht, een beeldschone vrouw en ik ben in tien jaar geen dag ziek geweest!”

Kees begint te lachen.

“Dat is nog niks! Ik ben miljardair, zie er nog steeds uit als dertig en ik kan nauwelijks over straat zonder dat vrouwen me aanspreken. Mijn leven is één groot feest!”

Op dat moment komt Wim binnen.

Zijn rechterarm draait nog altijd met de klok mee.

Zijn linkerarm draait tegen de klok in.

Zijn hoofd wiebelt onafgebroken van links naar rechts.

Hij schuifelt naar de tafel, trekt met moeite een stoel naar achteren en gaat zitten.

Henk en Kees kijken hem vol verwachting aan.

“Nou, Wim? Hoe zijn die tien jaar voor jou geweest?”

Wim kijkt van links naar rechts, zwaait met zijn beide armen en zegt:

“Jongens… ik begin toch een beetje het idee te krijgen dat ik mijn drie wensen heb verprutst.”

Check ook:

Halve krop sla
Share This Article
Mobiele versie afsluiten