Het is een rustige zaterdagochtend als Henk met zijn auto door een klein dorpje in Brabant rijdt. Hij is onderweg naar de bouwmarkt om wat spullen te halen en heeft eigenlijk behoorlijk haast.
Bij een kruising ziet hij een groot rood stopbord staan. Henk kijkt even naar links, vervolgens naar rechts en laat zijn auto langzaam doorrollen. Er komt toch niemand aan, dus waarom zou hij helemaal stoppen?
Wat Henk alleen niet doorheeft, is dat er een paar meter verderop een motoragent staat te controleren.
De agent ziet precies wat er gebeurt, start zijn motor en rijdt achter Henk aan. Even later klinken de sirene en zwaailichten. Henk zucht en zet zijn auto langs de kant.
De motoragent stapt af, loopt naar het portier en tikt op het raam.
“Goedemorgen, meneer. Mag ik uw rijbewijs en kentekenbewijs even zien?”
Henk draait zijn raampje naar beneden.
“Waarvoor dan, agent? Heb ik soms iets verkeerd gedaan?”
“U bent zojuist een stopbord voorbijgereden zonder te stoppen.”
Henk kijkt de agent verbaasd aan.
“Ja, maar ik heb toch netjes afgeremd? Ik keek naar links en rechts en er kwam helemaal niemand aan!”
“Dat kan allemaal wel zijn, meneer”, antwoordt de agent. “Maar bij een stopbord moet u volledig tot stilstand komen. Dus graag uw papieren.”
Henk begint een beetje geïrriteerd te raken.
“Ach, kom nou toch! Ik reed hooguit vijf kilometer per uur. Wat maakt het nou uit of ik helemaal stop of alleen even afrem?”
De agent zucht.
“Het verschil is heel simpel. Afremmen betekent dat u langzamer gaat rijden. Stoppen betekent dat u helemaal stilstaat. En dat laatste had u moeten doen.”
Maar Henk geeft zich niet zomaar gewonnen.
“Ja, ja, dat zegt u nou wel, maar wat is nou écht het verschil? Als er niemand aankomt, maakt het toch helemaal niks uit?”
De agent begint zijn geduld te verliezen.
“Meneer, ik ga het niet nog een keer uitleggen. Uw rijbewijs en kentekenbewijs. Nu!”
Henk grijnst en leunt achterover in zijn stoel.
“Weet u wat, agent? Als u mij nou eens duidelijk kunt laten zien wat het verschil is tussen afremmen en stoppen, dan krijgt u onmiddellijk mijn papieren.”
De agent kijkt Henk een paar seconden zwijgend aan. Dan verschijnt er een klein glimlachje op zijn gezicht.
“Prima, meneer. Stap maar even uit.”
Henk stapt zelfverzekerd uit zijn auto. Hij denkt dat de agent hem een of andere verkeersdemonstratie gaat geven.
Maar zodra hij naast zijn auto staat, pakt de motoragent zijn grote metalen zaklamp uit de houder.
Plotseling krijgt Henk een flinke tik met de zaklamp en valt hij op de grond. De agent blijft hem vervolgens met de zaklamp slaan.
Na een paar tellen kijkt de agent naar beneden en vraagt doodkalm:
“Zo, meneer… zal ik nu stoppen of alleen een beetje afremmen?”
Check ook:
