Twee tachtigers, Louis en Simon, zitten op een bankje in het park. Het zonnetje schijnt en verderop staat een ijskraam.
Louis kijkt ernaar en zegt:
“Ik heb eigenlijk wel zin in een ijsje.”
Simon staat langzaam op.
“Ik haal ze wel. Wat wil je?”
“Twee bolletjes chocolade,” zegt Louis. “En jij?”
“Twee bolletjes vanille.”
Louis kijkt hem wantrouwend aan.
“Schrijf het nou even op, anders vergeet je het.”
Simon zwaait het weg.
“Onzin, die ijskraam staat hier nog geen twintig meter vandaan.”
“Schrijf het op,” zegt Louis opnieuw. “Je vergeet het.”
“Ik vergeet niks,” moppert Simon. “Twee chocolade, twee vanille. Simpel.”
Na ruim een kwartier komt Simon terug met twee broodjes kroket en twee patatjes.
Louis kijkt in het tasje, zucht diep en zegt:
“En waar is de mosterd dan?”
Simon slaat zichzelf voor zijn hoofd.
“Verdorie… vergeten!”
Louis knikt wijs.
“Zie je nou wel dat je het had moeten opschrijven.”
Check ook:
