Een boer koopt op de markt een jonge, sterke haan voor zijn kippenhok.
Zodra de nieuwe haan het erf op loopt, komt de oude haan langzaam naar hem toe.
“Welkom,” zegt de oude haan. “Fijn dat je er bent. Maar zou je misschien een paar kippen voor mij over kunnen laten? Ik loop hier al jaren rond.”
De jonge haan zet zijn borst vooruit.
“Mooi niet. Ik ben nu de baas hier. Alle kippen zijn voortaan van mij.”
De oude haan knikt bedachtzaam.
“Goed, dan doen we het eerlijk. We houden een hardloopwedstrijd over het erf. Als jij wint, zijn alle kippen van jou. Als ik win, krijg ik er een paar.”
De jonge haan begint te lachen.
“Jij? Tegen mij?”
“Ik ben oud,” zegt de oude haan, “dus ik wil wel een kleine voorsprong.”
De jonge haan vindt dat prima.
De oude haan begint te rennen. Even later sprint de jonge haan erachteraan, recht achter hem aan over het erf.
Precies op dat moment komt de boer naar buiten. Hij kijkt, pakt zijn jachtgeweer en schiet de jonge haan neer.
De boer zucht diep en moppert:
“Verdorie… dat is al de vierde haan deze maand die niet achter de kippen aangaat.”
Check ook:
