Een boer uit de Achterhoek bracht zijn oude bestelbus naar de garage in het dorp.
De monteur zei dat de reparatie wel een paar uur zou duren, dus besloot de boer naar huis te lopen.
Onderweg stopte hij eerst bij de bouwmarkt en kocht een emmer en een grote pot witte verf. Daarna ging hij langs de dierenwinkel, waar hij twee kippen en een gans meenam.
Eenmaal buiten stond hij daar te stuntelen met al zijn spullen. Terwijl hij zich afvroeg hoe hij alles ooit thuis moest krijgen, kwam er een oud Nederlands omaatje op hem af.
“Jongen,” zei ze, “ik ben de weg kwijt. Weet jij toevallig waar de Tulpenstraat 14 is?”
De boer knikte.
“Da’s vlak bij mijn boerderij. Ik kan u wel even brengen, maar ik heb mijn handen vol.”
Het omaatje keek naar zijn spullen en zei:
“Dat is toch simpel? Doe die verfpot in de emmer. Neem de emmer in één hand, stop onder elke arm een kip en draag de gans in je andere hand.”
“Wat slim van u!” zei de boer verbaasd.
Dus samen liepen ze richting haar straat. Onderweg zei de boer:
“Als we hier door het steegje gaan, zijn we er sneller.”
Het oude vrouwtje keek hem wantrouwig aan en zei:
“Ja hoor… Straks duw je me daar tegen de muur, trek je mijn rok omhoog en gebeuren er rare dingen.”
De boer schoot in de lach.
“Mevrouw, ik draag een emmer, een verfpot, twee kippen én een gans. Hoe moet ik dat nou voor elkaar krijgen?”
Waarop het omaatje rustig antwoordde:
“Zet de gans onder de emmer, zet de verfpot erop… dan hou ik de kippen wel vast.”
Check ook:

