Per ongeluk tóch door naar Utrecht

By Jay
2 Min Read

Er zit een klein mannetje in de trein. Tegenover hem zit een kerel van twee meter, zo’n type dat nauwelijks in de stoel past.

“Pardon,” zegt het mannetje, “stopt deze trein in Breukelen?”

De grote kerel schudt zijn hoofd. “Nee joh. Dit is de sneltrein naar Utrecht. Breukelen rijden we gewoon voorbij.”

“Top…” zucht het mannetje. “Ik heb juist een belangrijke afspraak in Breukelen. Die kan ik dus vergeten.”

“Welnee,” zegt de grote kerel doodleuk. “Als we langs Breukelen komen, hang ik jou wel even uit het raam boven het perron. Dan laat ik je los zodra jij de snelheid van de trein hebt.”

Het mannetje kijkt hem aan alsof hij een grap maakt. “Meent u dat serieus?”

“Tuurlijk,” zegt de kerel. “Komt goed.”

En ja hoor: bij Breukelen pakt de kerel het mannetje bij z’n kraag, houdt ’m uit het raam boven het perron en laat ’m los. Het mannetje rent een paar passen mee en komt overeind op het perron.

Alles geregeld… zou je denken.

Maar wanneer de grote kerel later in Utrecht uitstapt, ziet hij opeens datzelfde mannetje weer op het station lopen.

“Hè?!” zegt hij. “Ik heb jou toch in Breukelen eruit gelaten? Wat doe jij nou hier?!”

Het mannetje zucht:
“Zal ik je vertellen… Ik was net lekker in Breukelen over het perron aan het uitlopen… zit er in de laatste coupé een vent die dacht dat ik de trein nog moest halen. Die heeft me gewoon weer naar binnen getrokken!”

Check ook:

Share This Article
Mobiele versie afsluiten