Namenprobleem

By Jay
1 Min Read

Een vrouw loopt het gemeentehuis binnen om een bijstandsuitkering aan te vragen. Ze heeft vijftien kinderen bij zich.

De ambtenaar kijkt verbaasd:
“Zo… zijn dat allemaal uw kinderen?”

“Ja,” zegt de vrouw rustig, “allemaal van mij.”

De ambtenaar begint het formulier in te vullen.
“Goed, ik heb de namen van de kinderen nodig.”

“Deze hier is de oudste, hij heet Daan.”
“Prima. En de volgende?”
“Die heet ook Daan.”
“Eh… oké… en de volgende?”
“Ook Daan.”

De ambtenaar fronst, maar schrijft door. De volgende paar kinderen blijken óók allemaal Daan te heten. Dan komt de laatste:

“En dit is mijn dochter, zij heet óók Daan.”

De ambtenaar zucht diep.
“Mevrouw… heet werkelijk al uw kinderen Daan?”

“Ja hoor,” zegt ze. “Dat maakt het een stuk makkelijker.”

“Makkelijker? Hoe dan?”

“Nou,” zegt de vrouw, “als ik ze ’s ochtends wakker maak, roep ik gewoon ‘Daan, opstaan!’ en dan staan ze allemaal op.
En als het eten klaar is, roep ik ‘Daan, eten!’ en dan komen ze allemaal.”

De ambtenaar knikt langzaam.
“Maar… stel dat u maar één kind nodig heeft?”

De vrouw glimlacht:
“Dan roep ik gewoon hun achternaam.”

Check ook:

Busgesprek
Share This Article
Mobiele versie afsluiten