Een jonge kerel koopt een splinternieuwe motor en besluit meteen een tochtje door Nederland te maken.
Voordat hij vertrekt, zegt de verkoper nog:
“Vergeet niet wat vaseline op je zadel te smeren als het gaat regenen, dan blijft het leer mooi.”
De jongen koopt meteen een flinke pot en rijdt enthousiast richting de Veluwe.
Halverwege krijgt hij pech. Zijn motor slaat af en wil met geen mogelijkheid meer starten. In de verte ziet hij een boerderij, dus hij loopt daarheen om hulp te vragen.
De boer hoort zijn verhaal aan en zegt:
“Je kunt hier wel even schuilen, jongen. Eet eerst maar een hapje mee, dan kijken we straks wel naar die motor.”
Aan tafel zitten ook de vrouw en dochter van de boer. Vlak naast de keuken staat een enorme berg afwas opgestapeld.
Net als iedereen aan tafel zit, zegt de boer streng:
“Eén regel in dit huis: wie de afwas noemt, doet de afwas.”
Iedereen knikt meteen braaf.
Tijdens het eten kijkt de jongen steeds naar die gigantische stapel borden, pannen en glazen. Dan kijkt hij naar buiten… en ziet donkere wolken aankomen.
Ineens beseft hij dat hij snel iets moet bedenken, want zodra het regent heeft hij die pot vaseline nodig voor zijn zadel.
Dus hij begint charmant te doen tegen de dochter van de boer. De boer kijkt argwanend, maar zegt niets. Daarna maakt de jongen ook nog een paar veel te zoete complimenten aan de boerin. De sfeer aan tafel wordt steeds ongemakkelijker, maar nog steeds zegt niemand iets.
Dan gebeurt het: de eerste regendruppels tikken tegen het raam.
De jongen schiet overeind, grijpt zijn pot vaseline en wil naar buiten rennen.
Maar de boer springt direct op en roept:
“HO STOP! Laat maar zitten… ik doe de afwas wel!”
Check ook:

