Kees komt straalbezopen thuis na een gezellige avond stappen in Amsterdam. Hij ploft op bed naast zijn vrouw Truus en is meteen knock-out.
Even later wordt hij wakker bij de hemelpoort. Daar staat Petrus.
“Mijn zoon,” zegt Petrus, “je bent in je slaap overleden.”
Kees schrikt zich rot.
“Overleden?! Dat meen je niet! Ik hou veel te veel van het leven. Ik wil terug!”
Petrus denkt even na.
“Dat kan… maar alleen als kip.”
Kees haalt zijn schouders op.
“Prima! Als ik maar op een boerderij in de buurt van Volendam terechtkom.”
En hop — daar staat Kees. Vol veren, pikkend in het stro.
Er komt een haan aangelopen.
“Hé, jij bent nieuw! Eerste dag hier?”
“Ja,” zegt Kees. “Maar ik heb een raar gevoel in m’n buik… alsof ik ga ontploffen.”
“Rustig maar,” zegt de haan. “Je gaat gewoon een ei leggen. Heel normaal.”
Kees perst, kreunt… en ja hoor: zijn eerste ei.
Trots legt hij er nog één.
Net wanneer hij aan nummer drie wil beginnen, krijgt hij ineens een enorme klap op zijn hoofd.
Hij schrikt wakker in bed.
Truus staat naast hem te schreeuwen:
“KEES! WORD WAKKER! JE HEBT HET HELE BED ONDERGESCHE*EN!”
Check ook:

