Een vertegenwoordiger, doodmoe na een lange dag op de weg, komt aan bij een klein hotelletje ergens in Drenthe.
Hij loopt naar de balie en vraagt:
“Goedenavond, heeft u nog een kamer vrij?”
De hoteleigenaar zucht en zegt:
“Het spijt me, meneer. Alles is volgeboekt. We hebben alleen nog één tweepersoonskamer, maar daar ligt al iemand te slapen.”
De vertegenwoordiger kijkt hem smekend aan.
“Maakt me niet uit. Ik ben kapot. Zolang ik maar ergens kan liggen. Ik zal heel stil zijn.”
De hoteleigenaar denkt even na en zegt:
“Nou vooruit dan. Als u de kamer deelt, betaalt u ook maar de helft.”
De vertegenwoordiger vindt het prima, pakt de sleutel en sluipt zachtjes de kamer binnen. De andere man ligt al diep te slapen. Hij kleedt zich stilletjes uit, kruipt in bed en valt meteen in slaap.
De volgende ochtend zit de vertegenwoordiger fris en vrolijk aan het ontbijt. Even later komt de andere hotelgast beneden. Hij ziet er doodmoe uit, met wallen tot op zijn knieën.
De hoteleigenaar vraagt verbaasd:
“Goedemorgen, meneer. Heeft u slecht geslapen?”
De man zucht diep en zegt:
“Slecht? Ik heb geen oog dichtgedaan.”
“Hoezo dan?” vraagt de hoteleigenaar.
De man wijst naar de vertegenwoordiger en zegt:
“Die vent kwam midden in de nacht binnen, gaf me een kus op mijn wang en zei: ‘Welterusten, schoonheid.’ Daarna heb ik de hele nacht rechtop in bed gezeten om hem in de gaten te houden.”
Check ook:

