Tijdens de jaarlijkse juffendag op een basisschool in Utrecht kreeg juf Marieke allemaal cadeautjes van haar kleuters.
Als eerste kwam het zoontje van de bloemist naar voren met een mooi ingepakt pakketje.
De juf schudde ermee en zei lachend:
“Hmm… ik denk bloemen!”
“Ja klopt!” riep het jongetje verbaasd.
“Hoe wist u dat nou?”
“Gewoon een gokje,” glimlachte de juf.
Daarna kwam het dochtertje van de eigenaar van de snoepwinkel aan de beurt.
De juf hield het doosje omhoog, schudde het zachtjes en zei meteen:
“Dat zijn vast snoepjes!”
“Ja!” zei het meisje verbaasd.
“Hoe weet u dat steeds?”
“Ach, gewoon geluk,” antwoordde de juf lachend.
Toen kwam het zoontje van de slijter naar voren met een papieren zak.
Terwijl de juf de zak optilde, voelde ze ineens dat er iets uit lekte.
Nieuwsgierig tikte ze met haar vinger tegen een druppel en proefde voorzichtig.
“Is het rode wijn?” vroeg ze.
“Nee,” zei het jongetje.
Ze probeerde nog een druppel.
“Oh… champagne dan?”
“Nee,” antwoordde hij opnieuw.
De juf gaf het op.
“Oké, ik weet het niet meer. Wat zit erin?”
Het jongetje keek trots en zei:
“Een puppy!”
Check ook:

