Ferrari

By Jay
2 Min Read

Een man koopt de duurste auto die er is: een gloednieuwe Ferrari, goed voor een topsnelheid van 320 km/u.
Tijdens een testrit stopt hij bij een rood verkeerslicht.

Naast hem, op het fietspad, komt een oude man op een brommertje tot stilstand.
De oude man kijkt naar de Ferrari en vraagt:
“Wat voor auto is dát?”

“Een Ferrari,” zegt de man trots. “Kost een half miljoen.”

“Zo,” zegt de oude man. “Waarom zo duur?”

“Omdat hij 320 kan,” antwoordt de eigenaar.

“Mag ik even kijken?”
“Tuurlijk.”

De oude man steekt zijn hoofd naar binnen, knikt goedkeurend en zegt:
“Mooie auto… maar ik blijf toch bij m’n brommer.”

Het licht springt op groen.
De Ferrari schiet weg. Binnen seconden rijdt hij 160 km/u.

Dan ziet de man ineens iets in zijn spiegel.
Het komt dichterbij.

VZOEFFFF!
Iets flitst hem rechts voorbij.

“Wat kan er sneller zijn dan mijn Ferrari?!” denkt hij.

Hij geeft gas. 250 km/u.
Daar gaat het brommertje weer voorbij. 275 km/u.

Woest trapt hij het gaspedaal in: 320 km/u.
Maar opnieuw haalt het brommertje hem in.

Dan—BOEM!
Het brommertje klapt achterop de Ferrari.

De man springt uit zijn auto en rent naar de oude man.
“Oh mijn God! Kan ik iets voor u doen?!”

De oude man fluistert:
“Ja… haal… mijn… bretels… los… van… uw… zijspiegel…”

Check ook:

Pratende hond
Share This Article
Mobiele versie afsluiten