Mark en zijn vriend Tom gingen samen skiën. Ze reden met Marks busje richting het noorden, maar belandden na uren rijden in een zware sneeuwstorm. Ze besloten te stoppen bij een afgelegen boerderij en vroegen de jonge vrouw die opendeed of ze mochten overnachten.
“Ik vind het eigenlijk niet zo’n goed idee,” zei ze. “Ik ben pas weduwe geworden en ik wil geen geroddel in het dorp.”
“Geen probleem,” zei Mark geruststellend. “We slapen wel in de schuur en vertrekken bij zonsopgang.”
Zo gezegd, zo gedaan. De volgende ochtend klaarde het weer op en de mannen vervolgden hun reis. Ze hadden een fantastisch skiweekend.
Negen maanden later kreeg Mark plots een brief van een advocaat.
Hij snapte meteen van wie die kwam.
Mark ging direct naar Tom.
“Zeg… weet je nog die knappe weduwe van die boerderij?”
“Ja,” zei Tom.
“Ben jij die nacht toevallig naar haar huis gegaan?”
Tom aarzelde.
“… Ja.”
“En heb je toen mijn naam gebruikt?”
Tom werd lijkbleek.
“Eh… ja. Waarom?”
Mark zuchtte diep.
“Omdat ze vorige week is overleden…
en mij alles heeft nagelaten.”
Check ook:

