Een Parijzenaar, een Amerikaan en een Limburger lopen een geest tegen het lijf.
De geest zegt:
“Ik geef jullie allemaal een fantastisch leven.
Maar er is één regel:
ieder van jullie mag een voorwerp – hoe klein ook – in een zee of rivier gooien.
Vind ik het terug? Dan is het meteen afgelopen met je.”
Zo gezegd, zo gedaan.
De Amerikaan gooit een tandenstoker in de Atlantische Oceaan.
De geest zoekt… en vindt ’m.
Einde Amerikaan.
Daarna is de Parijzenaar aan de beurt.
Hij gooit een speldenknop in de Middellandse Zee.
De geest zoekt, zoekt… en vindt ’m alsnog.
Au revoir.
Dan komt de Limburger.
Hij gooit iets in de Maas, draait zich om en gaat rustig naar huis.
De geest zoekt.
En zoekt.
En zoekt nog eens.
Niets.
Uiteindelijk geeft de geest het op en zegt:
“Dit is me nog nooit overkomen…
mag ik vragen wat jij in het water hebt gegooid?”
De Limburger glimlacht en zegt:
“Een bruistablet.”
Check ook:

