Een inbreker sluipt ’s avonds een rijtjeshuis binnen in een rustige Vinex-wijk. Met zijn zaklamp speurt hij de woonkamer af, op zoek naar laptops, sieraden en andere waardevolle spullen.
Plots hoort hij in het donker een stem fluisteren:
“Jezus weet dat jij hier bent.”
Hij verstijft. Zijn hart bonst in zijn keel. Snel doet hij zijn zaklamp uit en blijft doodstil staan. Na een paar seconden is het weer muisstil.
“Verbeelding,” mompelt hij, en hij gaat verder met zoeken.
Net wanneer hij de tv wil loskoppelen, klinkt het opnieuw, dit keer duidelijker:
“Jezus weet dat jij hier bent.”
De inbreker schrikt zich rot. Met trillende handen schijnt hij met zijn zaklamp door de kamer. In de hoek, op een standaard naast de kamerplant, ziet hij een papegaai zitten.
“Was jij dat?” vraagt hij.
“Ja,” zegt de papegaai. “Ik wilde je alleen waarschuwen dat hij je in de gaten houdt.”
De inbreker haalt opgelucht adem.
“Waarschuwen? En wie ben jij dan?”
“Moses,” antwoordt de papegaai.
“Moses?” lacht de inbreker. “Wat voor idioten noemen hun papegaai nou Moses?”
“Dezelfde idioten,” zegt de papegaai rustig, “die hun Rottweiler Jezus noemen.”
Check ook:

