Een pasgetrouwde boer uit de Achterhoek kreeg op een ochtend telefoontje van zijn schoonmoeder. Ze wilde “even gezellig” langskomen om de boerderij te bekijken.
De boer wilde er echt het beste van maken. Hij hoopte op een goede band met zijn schoonmoeder en deed de hele dag vriendelijk. Maar vanaf het moment dat ze het erf op liep, had ze overal commentaar op.
De schuur stond verkeerd ingedeeld.
De stal rook te sterk.
De kippen moesten anders gevoerd worden.
En volgens haar wist de boer eigenlijk helemaal niet hoe je een boerderij moest runnen.
Zijn vrouw schaamde zich kapot, maar de boer bleef rustig.
Tot ze samen door de schuur liepen. Daar stond de ezel van de boer. Plotseling schrok het dier, sprong naar voren en gaf de schoonmoeder een harde trap. Ze viel ongelukkig en was op slag dood.
Een paar dagen later was de begrafenis. De boer stond naast de kist en bedankte iedereen die langskwam.
De pastoor merkte iets vreemds op.
Elke keer als een vrouw iets tegen de boer fluisterde, knikte hij ja en zei hij zachtjes iets terug. Maar telkens als een man iets tegen hem zei, schudde hij nee.
Na afloop vroeg de pastoor nieuwsgierig:
“Waarom knikte u steeds ja tegen de vrouwen, maar nee tegen de mannen?”
De boer zuchtte en zei:
“De vrouwen zeiden allemaal: ‘Wat een verschrikkelijk drama.’ Dan knikte ik en zei ik: ‘Ja, dat was het zeker.’”
“En de mannen dan?” vroeg de pastoor.
De boer keek even om zich heen en zei:
“Die vroegen of ze mijn ezel mochten lenen. En dan zei ik: ‘Nee, dat kan niet. Hij is al voor een heel jaar volgeboekt.’”
Check ook:

