Een man gaat biechten in de kerk.
“Eerwaarde,” zegt hij, “ik heb gezondigd. Ik heb mijn vrouw bedrogen.”
De pastoor buigt iets naar voren en vraagt zacht:
“Toch niet met die blonde vrouw uit de Kerkstraat?”
“Nee,” zegt de man.
“Toch niet met die brunette van de Markt?”
“Nee.”
“Toch niet met die roodharige uit de Molenweg?”
“Nee, ook niet.”
De pastoor zucht en zegt:
“Bid drie Onzevaders en twee Weesgegroetjes. Dan zijn je zonden vergeven.”
De man loopt de kerk uit en zijn vriend staat hem buiten op te wachten.
“En?” vraagt die. “Zijn je zonden vergeven?”
“Geen idee,” zegt de man. “Maar ik heb wel drie nieuwe adressen gekregen.”
Check ook:
