De juf vraagt aan de klas:
“Wie van jullie denkt dat hij thuis het rijkst is?”
Flip steekt meteen zijn vinger op.
“Wij, juf! Mijn vader en moeder hebben allebei een auto, we wonen in een vrijstaand huis en we gaan elk jaar op vakantie.”
Daarna springt Daan enthousiast op.
“Wij zijn nog veel rijker! Mijn ouders hebben allebei een auto én een motor. We hebben een huis, een vakantiehuisje op de Veluwe en we gaan meerdere keren per jaar naar het buitenland. En als we achttien worden, krijgen mijn broer en ik allebei een auto.”
Jantje wacht rustig tot het stil is.
“Juf… wij hebben echt álles.”
“Zo?” vraagt de juf nieuwsgierig. “Hoe bedoel je?”
“Nou, mijn zus nam vorige week haar nieuwe vriend mee naar huis.”
“En?”
“Toen zei mijn vader: ‘Mooi… dat was nou precies het enige wat we nog misten.'”
Check ook:
