Op een avond komt Henk stomdronken uit een gezellig bruin café. Met zijn autosleutels in zijn hand zwalkt hij over de parkeerplaats, terwijl hij bij iedere geparkeerde auto probeert te ontdekken of het de zijne is.
Na een paar minuten zoeken loopt hij bijna tegen een politieagent aan.
De agent kijkt hem aan en vraagt: “Kan ik u ergens mee helpen, meneer?”
Henk knikt ernstig. “Jazeker, agent. Ik ben bestolen!”
“Bestolen? Wat is er dan gestolen?”
“Mijn auto! Hij is gewoon weg!”
De agent kijkt naar de autosleutels in zijn hand. “En waar heeft u uw auto voor het laatst gezien?”
Henk houdt zijn sleutel omhoog en zegt bloedserieus: “Hij zat net nog hier… aan het uiteinde van deze sleutel.”
De agent probeert zijn lach in te houden, maar ziet dan dat Henk zijn gulp openstaat en zijn zaakje uit zijn broek hangt.
“Meneer… weet u eigenlijk dat uw jongeheer uit uw broek hangt?”
Henk kijkt langzaam naar beneden, schrikt zich rot en roept:
“Potverdorie… hebben ze mijn vriendin óók nog gestolen!”
Check ook:
