Henk was een oude Nederlandse boer die samen met zijn vrouw op een kleine boerderij op het platteland woonde.
Zijn vrouw had nogal een temperament. Van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat had ze wel iets op Henk aan te merken. Hij deed te weinig, hij deed het verkeerd, hij vergat van alles en volgens haar was zo ongeveer ieder probleem op de boerderij zijn schuld.
De enige plek waar Henk echt rust vond, was op het land. Daar werkte hij urenlang samen met zijn oude ezel. Geen gezeur, geen commentaar. Alleen Henk, zijn ezel en het boerenland.
Op een middag was Henk achter op het land aan het werk toen zijn vrouw hem zijn lunch kwam brengen.
Henk zette de ezel onder een grote boom, ging op een houten kist zitten en pakte zijn boterhammen erbij.
Hij had nog geen hap genomen of zijn vrouw begon alweer.
“Heb je die schuur nou nog niet opgeruimd? En dat hek moet ook gerepareerd worden. En wanneer ga je eindelijk eens naar die lekkende kraan kijken?”
Henk zei niets en at rustig verder.
Plotseling draaide de ezel zich om en gaf met zijn achterpoten een enorme trap.
Henk zijn vrouw werd vol geraakt, viel neer en overleed ter plekke.
Een paar dagen later was de begrafenis. De dominee stond bij Henk en merkte iets merkwaardigs op.
Iedere keer wanneer een vrouw Henk kwam condoleren, luisterde hij even en knikte vervolgens vriendelijk met zijn hoofd.
Maar zodra een man met hem kwam praten, luisterde Henk even en schudde hij telkens resoluut zijn hoofd.
Na een tijdje kon de dominee zijn nieuwsgierigheid niet meer bedwingen.
“Henk, mag ik je iets vragen? Iedere keer als een vrouw iets tegen je zegt, knik je ja. Maar bij iedere man schud je nee. Hoe zit dat?”
Henk antwoordde:
“De vrouwen zeggen allemaal dat mijn vrouw er zo mooi bij ligt en dat het zo’n prachtige dienst is. Dus dan knik ik natuurlijk.”
De dominee knikte.
“Maar wat vragen die mannen dan?”
Henk keek hem aan en zei:
“Die willen allemaal weten of die ezel te koop is.”
Check ook:
