Na een lange avond in de kroeg strompelt Henk behoorlijk aangeschoten naar buiten. Op de parkeerplaats staan tientallen auto’s en hij heeft werkelijk geen idee meer waar hij de zijne heeft neergezet.
Hij loopt naar de eerste auto, legt beide handen op het dak en voelt aandachtig heen en weer.
“Nee… deze is het niet.”
Bij de volgende auto doet hij precies hetzelfde.
“Nee, ook niet.”
Een parkeerwachter ziet het tafereel een tijdje aan en wordt nieuwsgierig.
“Meneer, wat bent u nou eigenlijk aan het doen?”
“Ik zoek mijn auto,” mompelt Henk.
“Maar waarom voelt u dan steeds aan het dak? Kunt u uw auto daaraan herkennen?”
Henk kijkt hem bloedserieus aan.
“Jazeker… op die van mij staat een blauw zwaailicht.”
Check ook:
