Op een late zaterdagavond komen drie vrienden na een flink avondje stappen waggelend uit een café in het centrum van Utrecht. Ze hebben behoorlijk wat gedronken en kunnen nauwelijks nog op hun benen staan.
“Jongens, we gaan met de taxi”, roept Henk. “Ik ga echt niet meer lopen!”
Even verderop staat een taxi te wachten. De drie mannen strompelen naar binnen en ploffen op de achterbank.
“Waar moet de reis naartoe, heren?” vraagt de chauffeur.
“Naar het station!” roept Kees met dubbele tong.
De taxichauffeur kijkt in zijn achteruitkijkspiegel en ziet dat de mannen zo dronken zijn als een tor.
Hier kan ik mooi een paar gulden aan verdienen, denkt hij.
Hij start de motor, laat hem een paar seconden draaien en zet hem vervolgens weer uit. De auto heeft geen centimeter gereden.
“Zo, heren! We zijn er. Dat is dan vijftien gulden.”
Henk haalt zonder na te denken zijn portemonnee tevoorschijn en betaalt netjes.
Kees glimlacht breed en zegt: “Hartstikke bedankt, chauffeur! Fijne avond nog!”
Maar als de derde man, Wim, wil uitstappen, draait hij zich plotseling om en geeft de chauffeur een flinke klap in zijn gezicht.
De taxichauffeur schrikt zich rot.
Verdorie, denkt hij. Die heeft natuurlijk door dat ik helemaal niet gereden heb!
“Waar slaat dat nou op?!” roept de chauffeur geschrokken. “Waarom geef je me ineens een klap?”
Wim kijkt hem met bloeddoorlopen ogen streng aan en zegt met dubbele tong:
“Omdat je als een gek rijdt, man! Doe de volgende keer eens wat rustiger!”
Check ook:
